Geisha's

Zoals je zult zien, laat ik me graag inspireren door de rijke cultuur, tradities en natuur van Japan. Ik ben gefascineerd door het Japanse concept van wabi-sabi, de schoonheid van imperfectie en vergankelijkheid. Deze filosofie komt duidelijk terug in deze gevarieerde collectie waarin de esthetiek van geisha's mijn vertrekpunt Is. Iedere geisha – of beter gezegd: mijn zéér vrije interpretatie daarvan –  drukt een Japans concept uit, dat in het bijschrift wordt toegelicht. In verschillende visuals zijn versies en nabewerkingen beschikbaar met de toevoeging van verf of kintsugi (Japanse goudlijm) om unieke gelaagdheid te creëren. 

Als je de link 'naar webshop' aanklikt, kun je daar meer informatie en afbeeldingen van de visual vinden.

Geisha 01. Benitsuyu

Met haar roodbehuilde ogen kijkt Benitsuyu (Rode Traan) je aan door een waas van kleuren, haast speels, maar toch gereserveerd. Alsof ze iets weet dat jij nooit zult begrijpen.

Er weerklinkt iets van Japanse mystiek in haar aanwezigheid, als een echo van Mono no Aware: het stille besef dat alles verandert en verdwijnt – dat schoonheid juist raakt omdat ze niet blijft. Haar tranen tonen een zacht, maar ook voorbij verdriet: een soort mildheid tegenover het leven zoals het is. De rode sporen op haar wangen zijn uitgeveegd als penseelstreken. Ze tonen een bitterzoete afdruk die de vergankelijkheid van het leven erkent.

In versies met goudverf benadrukken en vieren we die erkenning.


Geisha 02. Tsukiryuu

Tsukiryuu heet deze visual: Maandraak. De geisha rust in diepe slaap, haar lichaam vredig tegen de kop van de draak geleund. Dit wezen, groots en machtig, ooit wild en onvoorspelbaar, is nu getemd. Met moed, geduld en overgave heeft zij haar innerlijke monster onder ogen gezien. De draak, symbool van de kracht die haar ooit overweldigde, ligt nu stil aan haar zijde – niet als vijand, maar als bondgenoot.

Hun verbondenheid belichaamt het Japanse principe van en: een diepe, betekenisvolle relatie die niet toevallig is, maar voortkomt uit lotsbestemming. Geisha en draak, mens en schaduw, zijn met elkaar verweven in een harmonieuze eenheid. Hier heerst de vrede die ontstaat wanneer een mens zich verzoent met alle delen van zichzelf.

Ook verkrijgbaar als duotoon, zie webshop.


Geisha 03. Hakai no Hana

In een stad die langzaam uiteenvalt staat zij stil, omgeven door verwoesting. Een krijger zonder wapens, maar haar stilte weegt zwaarder dan elk gebaar.

Ze noemen haar Hakai no Hana, de bloem van vernietiging. Niet omdat ze strijdt, maar omdat haar kalmte de ruimte schept waarin alles mag instorten. In haar leeft het besef dat er niets te redden valt — en ook niets verloren gaat. Ze is de pauze tussen twee donderslagen, waarin het oude instort en iets nieuws misschien begint.

Zij belichaamt seijaku:  de rust binnen de storm, niet aan de rand van de wereld, maar er middenin.

Ze is geen overlevende. Ze is het moment van stilte waarin de wereld zichzelf hervindt.

Ook verkrijgbaar zonder tekst.


Geisha 04. Kuroyume

Met haar verfijnde gezicht als een geisha, maar met een blik die niet van deze wereld is, zaait Kuroyume (Zwarte Droom) verwarring. Ze draagt geen zwarte pruik — de kroon van een geisha — maar een duistere aureool om haar hoofd.

Zij beweegt zich tussen werelden: van de dierenwereld naar de wereld van geesten, en verder, naar plekken waar donkere dromen wonen. In haar reis weerspiegelt zich het principe van kaizen — een voortdurende beweging naar transformatie, zelfs in het onvolmaakte.

Ze is niet alleen geestelijk, maar ook letterlijk verscheurd, en deze breuk is met goud hersteld. Hiervoor is de techniek van kintsugi gebruikt. Haar gebrokenheid wordt niet verborgen, maar geheiligd. Het is een zichtbare herinnering dat groei ook ontstaat vanuit breuk.

Kuroyume is zowel met als zonder kintsugi voorradig. Je kunt zelf aangeven hoe je de breuk ongeveer wilt hebben.


Geisha 05. Sankō

In een wereld waar alles met elkaar verbonden is, staan drie krachten centraal die samen de balans van het bestaan bewaken. Ieder vormt een beeld dat op zichzelf staat, samen vormen ze de sankō – een metaforische drie-eenheid van lichaam, geest en ziel. Sankō betekent letterlijk 'drie lichten' en verwijst daarbij naar de zon, maan en sterren. Ze zijn los, maar natuurlijk ook als drieluik te koop.

De rode Hinaka

Dit is Hinaka (Gloed van de Zon). De zon staat symbool voor leven, actie en vurige energie, net als de kleur rood in traditioneel Japanse kunstuitingen. Hinaka vertegenwoordigt passie en het lichaam.

De groene Tsukihana

Tsukihana (Maanbloesem) is diepgeworteld in natuur en instinct. De maan wordt in Japanse kunst vaak verbonden aan planten, nachtbloemen en stilte. Tsukihana staat voor groei, voor een bewustzijn vanuit de geest.

De blauwe Hoshine

Hoshine (Sterrenstem) is haar naam. Sterren worden in Japan vaak geassocieerd met het lot, met wensen, met innerlijke reis. Hoshine nodigt je uit om naar binnen te keren en je ziel te leren kennen.


Geisha 06. Sayuri

Ze heet Sayuri (Kleine Lelie). Haar naam verwijst naar haar zuiverheid, eenvoud en een stille elegantie. Deze eigenschappen worden in Japan traditioneel met lelies en met vrouwelijke gratie verbonden. Het is een klassieke naam die subtiel verwijst naar schoonheid zonder opsmuk, passend bij een geisha die juist leeft tussen wat gezien wordt en wat verborgen blijft.

Het is in die spiegel dat haar honne zichtbaar wordt — het innerlijke, wat ze werkelijk voelt, wat ze werkelijk is. Buiten de spiegel leeft ze haar tatemae: de rol die verwacht wordt, het gezicht dat past bij de kamer, de stilte, de glimlach.

Eén oog is genoeg voor de wereld.

Twee zijn er alleen nodig om jezelf te kunnen aankijken.

De versie op twee lagen acrylglas geeft extra diepte en nadruk op het gesloten oog.


Geisha 07. Shiraneko

Deze geisha heet Shiraneko, wat 'Witte Kat' betekent. Haar huid is bleek als porselein, haar postuur verstijfd. Uit haar wangen steken fijne snorharen, bijna onzichtbaar, maar trillend bij elke verschuiving in de ruimte. Ze is naar binnen gekeerd, en er lijkt een oud weten en een diep verlangen in haar te schuilen. Een blije nostalgie. 

Shiraneko draagt natsukashii in zich — de nostalgie naar iets ongrijpbaars, een verlangen naar het verleden zonder concrete herinnering, en zonder melancholie. 

In haar zwijgen huist een wereld die misschien ooit heeft bestaan, een wereld verborgen in verstilde tijd. Misschien een stille dankbaarheid voor een leven dat in sprongen en sluippassen werd geleefd — een bestaan met klauwen, zacht als fluweel.

Shiraneko is verkrijgbaar met en zonder goudverf.


Geisha 08. Kanmuri

Kanmuri, wat ‘kroon’ betekent, draagt haar immense pruik als een levende tempel van pracht. Daarmee belichaamt ze het principe van okage-sama (vrij vertaald: “met dank aan anderen”).

De last die zij draagt, wordt gevoed door de kracht en verhalen van alle geisha’s die haar zijn voorgegaan; een erfenis die zich in haar samenvoegt. Zij staat als een schakel in een lange keten van geschiedenis: een levend monument dat het verleden eert en tegelijkertijd haar eigen tijd belichaamt.

Haar pruik is een buitenproportioneel schouwspel, een dramatisch statement dat verwart en fascineert. Achter deze uiterlijke pracht schuilt een wereld van discipline en toewijding. Geisha zijn is geen vanzelfsprekendheid; het is een leven van last en voortdurende oefening — het tot in de perfectie beheersen van kunst, etiquette en de gracieuze omgang met anderen.


Geisha 09. Midoriko

Haar rug is wit beschilderd – het traditionele teken van verfijning en toewijding. Maar het meest sensuele deel, volgens de Japanse esthetiek, is juist het onbeschilderde: de onbedekte huid bij de nek en ruggengraat. Die subtiele opening, omlijst door het wit, accentueert haar elegantie en verlengt optisch de nek.

We kijken met westerse ogen: haar rode kimono vervloeit met het groen van het omringende bos, alsof ze langzaam oplost in de natuur die haar overneemt. Of ontworstelt ze zich er juist aan, om zich over te geven aan haar geisha-zijn?

Japanners zien eerder een verbeelding van shizen: natuur zoals die is. Shizen weerspiegelt geen dualisme tussen natuur en cultuur, maar beschouwt beide als één vloeiend geheel. Voor Japanners verbeeldt de beschilderde Midoriko – Kind van het Groen – die eenheid: ze vertegenwoordigt haar cultuur, haar lichaam draagt de natuur, en beiden zijn in harmonie.

Daarom staat er rechtsbovenin in kanji geschreven: Jibunka wa karada desu. Vrij vertaald: mijn eigen cultuur is het lichaam.